EU AI Act Artikel 4: wat betekent het concreet voor jouw organisatie?
De verplichting tot AI-geletterdheid is sinds februari 2025 van kracht. Maar wat moet je nu écht doen?

Sinds 2 februari 2025 is Artikel 4 van de EU AI Act van kracht. Dat is de bepaling die organisaties verplicht om te zorgen voor "voldoende AI-geletterdheid" bij hun medewerkers. Klinkt overzichtelijk. Maar wat betekent dat in de praktijk? En wat moet jij als werkgever, HR-verantwoordelijke of IT-manager nu écht doen?
De kern: wat zegt Artikel 4?
Artikel 4 verplicht aanbieders en gebruikers van AI-systemen om ervoor te zorgen dat hun personeel over een "voldoende niveau van AI-geletterdheid" beschikt. De wet specificeert daarbij dat er rekening moet worden gehouden met de technische kennis, ervaring, opleiding en context van de personen die met AI werken, én met de context waarin de AI-systemen worden ingezet.
Dat klinkt breed — en dat is het ook. De wetgever heeft bewust geen checklist opgesteld met "dit moet je precies doen". In plaats daarvan legt Artikel 4 een resultaatsverplichting op: je moet kunnen aantonen dat je medewerkers weten wat ze doen als ze met AI werken.
Waarom dit niet vrijblijvend is
De EU AI Act is geen richtlijn maar een verordening. Dat betekent dat hij rechtstreeks van toepassing is in alle EU-lidstaten — ook in België en Nederland. Er is geen omzetting in nationale wetgeving nodig. De verplichting geldt nu.
En de sancties zijn niet mals. Bij niet-naleving van Artikel 4 kunnen boetes oplopen tot 15 miljoen euro of 3% van de wereldwijde jaaromzet, afhankelijk van welk bedrag hoger is. Voor een MKB-bedrijf of lokale overheid zijn dat bedragen die je niet wilt riskeren.
Maar laten we eerlijk zijn: de kans dat een toezichthouder morgen bij jouw MKB-bedrijf in Limburg aanbelt, is klein. Waar het wél om gaat, is dat je als organisatie kunt aantonen dat je serieus met AI-geletterdheid bezig bent. Als er iets misgaat — een discriminerend AI-besluit, een datalek door onkundig gebruik, een klacht van een sollicitant — dan is de eerste vraag die een toezichthouder stelt: "Wat hebt u gedaan om uw medewerkers op te leiden?"
Wie valt eronder?
Kort gezegd: vrijwel iedereen die AI-tools inzet. En dat is breder dan je misschien denkt.
Gebruikt jouw organisatie Microsoft 365 Copilot? Dan ben je een "deployer" van een AI-systeem. Zet je een AI-tool in bij het screenen van cv's? Dan gebruik je een hoogrisico AI-systeem. Heeft een medewerker een gratis ChatGPT-account waarmee hij klantmails beantwoordt? Dan is er sprake van AI-gebruik waar je als werkgever verantwoordelijk voor bent.
De wet maakt onderscheid tussen rollen — niet elke medewerker hoeft hetzelfde te weten. Een receptionist die af en toe ChatGPT gebruikt, heeft andere kennis nodig dan een HR-manager die AI inzet bij werving. Maar allebei moeten ze weten wat ze doen, wat de risico's zijn, en wanneer ze aan de bel moeten trekken.
Wat "voldoende AI-geletterdheid" in de praktijk betekent
De wet schrijft niet voor welke training je moet volgen of welk certificaat je moet halen. Maar uit de tekst en de toelichting kun je afleiden wat er minimaal verwacht wordt:
Hoe bewijs je dat je voldoet?
Omdat Artikel 4 een resultaatsverplichting is, gaat het om bewijsvoering. Je moet kunnen laten zien dat je serieus werk hebt gemaakt van AI-geletterdheid. Dat betekent:
Wat je nu kunt doen
Je hoeft niet morgen alles op orde te hebben. Maar je kunt vandaag beginnen:
Tot slot
Artikel 4 is geen bureaucratische formaliteit. Het is een kans. Een kans om je medewerkers te helpen AI veilig en effectief in te zetten. Een kans om je organisatie te beschermen tegen risico's. En een kans om als werkgever te laten zien dat je vooroploopt in een wereld die steeds sneller verandert.
De vraag is niet óf je hiermee aan de slag moet. De vraag is alleen: begin je vandaag, of wacht je tot iemand je erop aanspreekt?
Wil je weten waar jouw organisatie staat?
Download onze gratis EU AI Act Compliance Checklist of bekijk onze AI-geletterdheidstrainingen.