AI in het onderwijs: wat de EU AI Act concreet betekent voor scholen en onderwijsinstellingen
Toelating, beoordeling, proctoring: AI kan op school invloed krijgen op beslissingen over leerlingen en studenten. Wat de EU AI Act daarvan vindt en wat uw instelling nu al geregeld moet hebben.

Bijgewerkt op 10 juni 2026. Op 7 mei 2026 bereikten Raad en Europees Parlement een voorlopig politiek akkoord over de Digital Omnibus on AI. Als dit akkoord formeel wordt aangenomen en gepubliceerd, verschuiven de toepassingsdata voor hoogrisico-AI naar 2 december 2027 voor zelfstandige Bijlage III-systemen en 2 augustus 2028 voor AI in gereguleerde producten. De formele publicatie wordt in de zomer van 2026 verwacht. De AI-geletterdheidsplicht van Artikel 4 verandert niet: die geldt al sinds 2 februari 2025. Dit artikel is op deze stand van zaken aangepast.
AI is razendsnel het klaslokaal binnengewandeld: bij leerlingen, bij docenten en in de backoffice van scholen. Toelating, beoordeling, plagiaatdetectie, gepersonaliseerd leren: een flink deel daarvan kan onder de hoogrisico-categorie van de EU AI Act vallen. En hoewel de strengste eisen later ingaan dan eerst gepland, geldt de basisplicht van de wet vandaag al: AI-geletterdheid voor personeel en andere personen die namens de instelling met AI-systemen omgaan.
Waarom onderwijs een aparte categorie is
In de publieke beeldvorming is AI in het onderwijs vooral een discussie over "ChatGPT in het huiswerk", gebruiken leerlingen het, hoe detecteer je het, wat mag wel en niet. Dat is een belangrijk vraagstuk maar het dekt niet de helft van wat er speelt. Voor de EU AI Act ligt het zwaartepunt ergens anders. De wet let vooral op AI-systemen die worden gebruikt bij beslissingen of beoordelingen rond leerlingen en studenten: toelating, toewijzing, beoordeling, begeleiding, doorstroom en toetsmonitoring.
Dat staat letterlijk in Bijlage III van de verordening. AI die wordt ingezet voor toegang, toewijzing, beoordeling of het monitoren van leerlingen tijdens toetsen, is in beginsel hoogrisico. In beginsel: de wet kent een uitzondering voor toepassingen die geen significant risico vormen voor gezondheid, veiligheid of grondrechten, bijvoorbeeld omdat ze alleen een voorbereidende of ondersteunende taak vervullen. Dat moet per toepassing beoordeeld en gedocumenteerd worden. Voor scholen en onderwijsinstellingen betekent het hoe dan ook: de EU AI Act is geen randverschijnsel maar raakt het hart van de primaire onderwijsprocessen.
Waar scholen vaak niet aan denken
In gesprekken met schoolbesturen en onderwijscoördinatoren komt steeds opnieuw de verrassing dat zoveel bestaande tools relevant zijn onder de wet. Denk aan:
Voor zover deze tools kwalificeren als AI-systeem onder de wet, vallen ze onder de EU AI Act. Niet elk voorbeeld is automatisch hoogrisico: de classificatie hangt af van de concrete functie, het gebruiksdoel en de impact op leerlingen of studenten. Vooral wanneer zulke systemen meewegen in beoordeling, fraudevaststelling of sancties, wordt de AI Act-relevantie groter. Een signaalfunctie zonder automatische consequentie vraagt een andere beoordeling dan een systeem dat feitelijk meebeslist. Maar de AI-geletterdheidsplicht van Artikel 4 geldt voor al deze gevallen en die plicht ligt bij de instelling als gebruiker. Precies wat Artikel 4 van de EU AI Act voorschrijft, werkten we in een apart inzicht uit.
Welke deadlines gelden er nu eigenlijk?
Sinds het politieke akkoord over de Digital Omnibus van 7 mei 2026 zijn dit de thans voorziene data:
Nu al van kracht. De AI-geletterdheidsplicht van Artikel 4 geldt sinds 2 februari 2025, voor elke organisatie die AI-systemen gebruikt dus ook voor elke school. Ook de verboden praktijken uit de wet, zoals emotieherkenning in onderwijsinstellingen (buiten medische of veiligheidsdoeleinden), zijn al van toepassing.
2 december 2026. Volgens het akkoord wordt dan onder meer het nieuwe verbod op AI-systemen voor niet-consensueel intiem beeldmateriaal en materiaal van seksueel kindermisbruik van kracht, een onderwerp waar scholen in hun omgang met leerlingen en sociale media helaas niet omheen kunnen.
2 december 2027. De hoogrisico-eisen voor zelfstandige Bijlage III-systemen worden van toepassing. Voor onderwijs gaat dat om AI in toelating, beoordeling, doorstroombeslissingen en toetsmonitoring: risicobeheer, datakwaliteit, menselijk toezicht, logging, technische documentatie. De conformiteitsbeoordeling ligt bij de leverancier van het systeem; de instelling heeft als deployer eigen plichten, zoals gebruik volgens de instructies, menselijk toezicht organiseren en monitoring van de werking.
2 augustus 2028. AI die is ingebouwd in producten die al onder andere EU-productregels vallen, volgt dan.
Belangrijk om erbij te zeggen: het akkoord moet nog formeel worden aangenomen en gepubliceerd; tot die tijd is de oorspronkelijke tekst van de wet het juridische uitgangspunt. En uitstel van de hoogrisico-eisen is geen afstel: wie nu al inventariseert en opleidt, hoeft straks niet te haasten.
Rechten van leerlingen en ouders
De wet versterkt de positie van wie door AI wordt beoordeeld. Zodra de hoogrisico-eisen gelden, kunnen leerlingen, studenten en, waar van toepassing, hun ouders of wettelijke vertegenwoordigers vragen om een duidelijke en zinvolle uitleg over de rol van een hoogrisico-AI-systeem in een beslissing die hen raakt (Artikel 86). Daarnaast geldt nu al de AVG: bij uitsluitend geautomatiseerde besluitvorming, waaronder profilering, met rechtsgevolgen of vergelijkbaar aanzienlijke gevolgen, gelden strenge voorwaarden en rechten zoals menselijke tussenkomst, het kenbaar maken van een standpunt en het betwisten van de beslissing. Voor scholen betekent dat: bezwaarprocedures en schoolreglementen moeten erop voorbereid zijn dat ouders vragen gaan stellen over de rol van AI in een beoordeling of toelatingsbeslissing. Wie daar nu al transparant over is, voorkomt straks lastige gesprekken.
Toezicht
Formeel AI Act-toezicht zal via aangewezen nationale autoriteiten lopen. Daarnaast kunnen vragen over AI-gebruik ook opduiken in bestaande toezicht- en verantwoordingsrelaties, bijvoorbeeld rond privacy, onderwijskwaliteit, examenbeleid of klachtenbehandeling. Aantoonbaarheid is daarbij het sleutelwoord: kunnen laten zien welke systemen u gebruikt, hoe het menselijk toezicht is geregeld en hoe medewerkers zijn opgeleid.
De spanning die onderwijsinstellingen voelen
Wat onderwijsinstellingen uniek maakt, is dat AI tegelijk twee dingen doet. Enerzijds kunnen adaptief leren, gepersonaliseerde feedback en geautomatiseerde oefening didactische meerwaarde hebben. Anderzijds raakt AI-inzet op school direct aan de kansengelijkheid en de levenspaden van leerlingen en studenten. Een algoritme dat systematisch leerlingen uit kansarme wijken lager inschat, of dat leerlingen met autisme als "afwijkend gedrag" classificeert tijdens een online examen, dat is geen technisch probleem, dat is een rechtvaardigheidsprobleem.
De EU AI Act is vooral daarop geschreven. Niet om scholen te beletten AI te gebruiken maar om te zorgen dat het gebruik verantwoord blijft, met menselijk toezicht, met transparantie naar leerlingen en ouders en met aantoonbare controle op bias.
De vier rollen die elk een eigen opleiding nodig hebben
Eén generieke "AI-training voor het schoolteam" volstaat niet om Artikel 4 serieus in te vullen, zeker niet in een context waar AI meebeslist over leerlingen. In de praktijk zijn er vier groepen te onderscheiden:
Een school die deze vier rollen niet apart adresseert, kan bij vragen van inspectie of ouders moeilijk aantonen dat Artikel 4 serieus is ingevuld.
De vergeten groep: de leerlingen zelf
Strikt genomen richt Artikel 4 zich op de medewerkers van de instelling. Maar leerlingen en studenten gebruiken zelf massaal AI, voor huiswerk, voor opdrachten, voor scripties. Scholen die dat negeren, missen de helft van het verhaal. Het is verstandig om AI-geletterdheid ook bij leerlingen op het curriculum te zetten, niet als verplichting van de AI Act maar als onderdeel van burgerschap en digitale vaardigheid in een wereld waar AI niet meer weggaat.
Wat u nu realistisch kunt doen
Tot slot
Onderwijs is de plek waar jonge mensen leren nadenken over de wereld waarin ze straks werken en leven. Als iemand goed moet begrijpen hoe AI werkt, waar de grenzen liggen en hoe je er verantwoord mee omgaat, is het wel de volgende generatie. Onderwijsinstellingen die nu investeren in AI-geletterdheid doen daarom veel meer dan compliance, ze geven hun leerlingen en studenten een vaardigheid mee die de komende twintig jaar telt.
Bij AIAdopt hebben we de sectoruitbreiding Onderwijs (M3-ON) specifiek ontwikkeld voor docenten, schoolleiders en ondersteunend personeel in het basis-, secundair/voortgezet en hoger onderwijs. De training behandelt bias in beoordelingssystemen, menselijk toezicht bij toelating en examinering, de dialoog met leerlingen en ouders over AI-gebruik en het samenspel tussen AI Act en AVG, afgesloten met een getoetst certificaat dat de gedekte AI Act-artikelen vermeldt. Een certificaat is geen wettelijke verplichting maar wel een praktisch bewijsstuk dat helpt aantonen welke kennis is behandeld en getoetst.
👉 Bekijk de aanpak voor het onderwijs of stel uw pakket samen op maat van uw instelling.
Wil je weten waar jouw organisatie staat?
Download onze gratis EU AI Act Compliance Checklist of bekijk onze AI-geletterdheidstrainingen.